16 sept 2019

Wettelijke pensioenverdeling bij scheiding gaat wijzigen

De huidige wetgeving voor verdeling van pensioenen bij scheiding is onlangs geėvalueerd. De wet kent kwetsbare punten. Bij de standaardverdeling blijven ex-echtelieden levenslang van elkaar afhankelijk. En als de scheiding niet tijdig bij de pensioenuitvoerders wordt gemeld, dan moeten de ex-partners onderling elkaar het verevende pensioen uitbetalen.

Een wetswijziging, die naar verwacht in 2021 van kracht wordt, moet aan deze kwetsbaarheden een eind maken.

Voordat ik op de wetswijziging inga, leg ik eerst in hoofdlijnen en met een vereenvoudigd voorbeeld uit hoe verevening in de huidige wet werkt.

Huidige wet

Sinds midden jaren negentig bestaat de ‘Wet verevening pensioenrechten bij scheiding’. In die wet was aanvankelijk alleen geregeld hoe bij echtscheiding (einde huwelijk) het pensioen tussen de ex-echtelieden werd verdeeld. Toen het via het gemeentehuis geregistreerde partnerschap werd ingevoerd, ging de wet ook voor deze samenlevingsvorm gelden.

De wet regelt dat bij scheiding de ex-echtelieden wederzijds recht krijgen op 50% van het pensioen dat tijdens de huwelijkse periode is opgebouwd. Dit wordt verevening genoemd. Het werkt als volgt:

Voorbeeld verevening

Stel de heer A heeft € 12.000 aan pensioen opgebouwd, waarvan € 10.000 tijdens het huwelijk. Zijn partner, mevrouw B heeft € 7.000 aan pensioen opgebouwd, waarvan € 6.000 tijdens het huwelijk. Het stel is even oud en gaat scheiden.

  • Mevrouw B krijgt recht op 50% van € 10.000 = € 5.000.
  • De heer A krijgt recht op 50% van € 6.000 = € 3.000.
  • Het pensioen van A wordt dan € 12.000 minus € 5.000 plus € 3.000 = € 10.000
  • Het pensioen van B wordt dan € 7.000 minus € 3.000 plus € 5.000 = € 9.000.

Deze verdeling is de standaardverdeling en geldt ongeacht het huwelijkse goederenregime. Een andere verdeling is ook mogelijk. De verdeling wordt vastgelegd in het echtscheidingsconvenant.

Afhankelijkheid

De ex-partner B heeft recht op het aan haar toebedeelde deel zolang A in leven is. Omgekeerd geldt het zelfde: A heeft recht op een stuk van het pensioen van B zolang zij in leven is.

Voorbeeld: de pensioenuitkering van de heer A is gestart. Na 5 jaar overlijdt A waardoor zijn pensioen stopt. Ook het deel dat B van hem krijgt stopt dus. A had echter ook recht op een deel van het pensioen van B (€ 3.000). Door overlijden van A, keert dat deel weer terug naar B. Na overlijden van A wordt het pensioen van B dus € 9.000 minus € 5.000 plus € 3.000 = € 7.000. B ontvangt na overlijden van A dus weer haar oorspronkelijke pensioen van voor de scheiding.

Gevolg van deze methodiek is dat beide ex-partners levenslang afhankelijk blijven van elkaars pensioen. Als de pensioenen eenmaal zijn ingegaan, heeft het overlijden van een ex-partner invloed op het inkomen van de andere ex-partner.

Conversie

Om afhankelijkheid te voorkomen, wordt soms ook ‘conversie’ toegepast. Dan wordt berekend wat de waardes zijn van de te verevenen pensioenen. Die waardes worden vervolgens wederzijds gebruikt voor zelfstandige pensioenen op het leven van de ex-partners.

Voorbeeld conversie

Stel dat uit de conversieberekening dezelfde pensioenen volgen als uit het eerdere voorbeeld, dan werkt conversie als volgt:

  • Het zelfstandige pensioen van A wordt € 10.000
  • Het pensioen van B wordt dan € 9.000.

Als ook nu A vijf jaar na ingang van het pensioen komt te overlijden, heeft dit geen gevolgen voor het pensioen van B. Het pensioen van A stopt en het pensioen van B blijft € 9.000 en loopt gewoon ongewijzigd verder.

A en B zijn dus voor hun pensioenuitkeringen niet meer afhankelijk van elkaar. Conversie levert in dit geval voor B bovendien levenslang een hoger pensioen op. Maar omgekeerd kan natuurlijk ook het geval zijn (stel dat B eerder was overleden dan A).

Beoogde wetswijziging

Standaard conversie

Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en minister Dekker (Rechtsbescherming) hebben het wetsvoorstel 'verdeling van pensioen bij scheidingen 2021' vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd.

Deze wet regelt dat vanaf 2021 het systeem van conversie als standaard gaat gelden. Afwijkende verdeling via het echtscheidingsconvenant blijft mogelijk.

Wijziging procedure

Daarnaast wordt de verdeling voortaan automatisch opgestart zodra de pensioenuitvoerder(s) daarvan uit de Gemeentelijke Basisadministratie een melding krijgen. Onder de huidige wet geldt dat ex-echtelieden binnen twee jaar een formulier moeten invullen en aan de pensioenuitvoerders sturen. Doen ze dat niet, dan is de pensioenuitvoerder binnen de huidige wet niet verplicht aan verevening mee te werken en moeten de ex-partners hun pensioenrechten onderling claimen.

Wim Schreuder





Laatste bericht

In het Pensioenakkoord van juni 2019 kwamen sociale partijen onder meer overeen dat de AOW-leeftijd minder snel zou gaan stijgen. De regering omarmde al snel dit voorstel en in juli 2019...lees verder

De huidige wetgeving voor verdeling van pensioenen bij scheiding is onlangs geėvalueerd. De wet kent kwetsbare punten. Bij de standaardverdeling blijven ex-echtelieden levenslang van elkaar afhankelijk. En...lees verder

Eindelijk wordt de terecht verfoeide (want op onrealistische grondslagen gebaseerde) vermogensbelasting vervangen door een systeem dat meer aansluit bij de werkelijk gemaakte rendementen: Er komt een...lees verder

14 juni 2019
Pensioenakkoord 2019

Je kunt er oud mee worden, met stukjes schrijven over pensioenakkoorden. Mijn eerste stukje dateert uit 2011, toch al weer acht jaar terug! En nu is er weer een pensioenakkoord. Gedwongen door de...lees verder

De Belastingdienst heeft de 2019-bedragen van de franchises en het maximum loon waarover pensioen mag worden opgebouwd  gepubliceerd . Het zijn weliswaar voorlopige bedragen, maar naar verwachting...lees verder