13 sept 2018

Afzien van pensioenindexatie

In de praktijk wil het nog wel eens voorkomen dat een klant in een pensioenvraagstuk uit praktisch oogpunt voor een bepaalde aanpak kiest. Als het daardoor echter mis loopt, kan de Belastingdienst een sanctie opleggen die niet misselijk is. De waarde van het pensioen wordt belast en er wordt nog een extra heffingsrente opgelegd.

Onlangs deed het Gerechtshof Den Haag uitspraak in een zaak waarin de Belastingdienst bovengenoemde heffingen oplegde omdat zij vond dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) had afgezien van een deel van zijn pensioen.

De dga wilde in 2011 de waarde van zijn in eigen beheer opgebouwde pensioen uit BV A overdragen naar BV B. De aandelen uit BV A had hij inmiddels al verkocht. Zijn pensioenregeling bevatte onder meer de afspraak dat het pensioen zoveel mogelijk waardevast zou worden gehouden ( ‘pensioenindexatie’ genoemd), mits BV A daartoe de middelen had. Hoewel BV A financieel gezond was, vonden de nieuwe eigenaren van BV A dat er geen ruimte was om in het over te dragen bedrag ook een vergoeding voor pensioenindexatie op te nemen. Op basis van dit uitgangspunt (en na onderhandelingen) werd uiteindelijk in 2012 zo’n € 393.000 overgedragen. Dit terwijl de Belastingdienst er op had gewezen dat er wél rekening moest worden gehouden indexatie. Nu dat niet werd gedaan, stelde de Belastingdienst in 2015 de overdrachtswaarde vast op € 561.819 en werd over 2011 € 292.145 aan loonheffing en € 33.767 aan heffingsrente opgelegd.

BV A heeft tegen de aanslag bezwaar aangetekend. De Rechtbank heeft het bezwaar ongegrond verklaard omdat de naheffing was te verwachten. In hoger beroep oordeelde ook het Gerechtshof dat de Belastingdienst in beginsel gelijk had. Echter, de overdracht had niet in 2011 plaatsgevonden maar in 2012. Daarom vernietigde de Rechtbank de naheffingsaanslag en heffingsrente over 2011.

Een verrassende wending van een casus die BV A normaliter een fikse duit zou hebben gekost. Waarschijnlijk zal de fiscus proberen om de aanslag nu over 2012 op te leggen. Of dat gaat lukken, is echter de vraag.

Moraal van het verhaal: het is zaak om in pensioenvraagstukken erg zorgvuldig te werk te gaan!

Wim Schreuder




Laatste bericht

De AOW-leeftijd gaat in 2024 niet omhoog. In 2024 hebben mensen recht op AOW met 67 jaar en drie maanden. Daarmee blijft de AOW-leeftijd gelijk in 2022, 2023 en 2024. Minister Koolmees van Sociale Zaken en...lees verder

In de praktijk wil het nog wel eens voorkomen dat een klant in een pensioenvraagstuk uit praktisch oogpunt voor een bepaalde aanpak kiest. Als het daardoor echter mis loopt, kan de Belastingdienst een...lees verder

Bij de uitfasering vorig jaar van het pensioen in eigen beheer voor directeur grootaandeelhouders (dga)ontstond de mogelijkheid om het pensioen af te kopen of om te zetten naar een oudedagsverplichting...lees verder

Sinds enige tijd is de AOW-leeftijd niet meer per definitie hetzelfde als de leeftijd waarop uw pensioen ingaat dat u bij uw werkgever(s) hebt opgebouwd. In de praktijk leidt dit ertoe dat bij pensionering...lees verder

Regeltjes, regeltjes, om ze allemaal goed op te volgen in pensioenland is nogal een klus. En niet altijd is iedereen genegen er de waarde van in te zien. Want hé, wie controleert dat nou? Welke...lees verder